Actueel

 

Informatie

 

5 oktober 2019

 

Vragen over de vereffening van Gastouderbureau Gastvrij

 

Naar aanleiding van het bericht dat afgelopen week door Gastouderbureau Gastvrij, of eigenlijk door de vereffenaar, is verstuurd aan vraagouders en gastouders, kwamen bij De Gastouderjurist. vragen binnen. Vragen die de vereffenaar het beste kan beantwoorden. Daarom heb ik contact met de vereffenaar gezocht. Dit heb ik gedaan omdat ik vind dat openheid en duidelijkheid hierin heel belangrijk zijn. Ook heb ik dit gedaan zodat gastouders en vraagouders antwoorden op hun prangende vragen krijgen, antwoorden van de vereffenaar dus. Er kwam heel snel een uitgebreide en vriendelijke reactie. Hieronder staat een overzicht van de vragen van gastouders en vraagouders die ik aan de vereffenaar heb doorgestuurd, met daarbij zijn antwoorden.

 

Ben je (voormalig) vraagouder of gastouder van Gastvrij en denk je dat dit bericht op jou van toepassing is en heb je vragen die hieronder nog niet beantwoord zijn, dan kun je uiteraard altijd contact opnemen. Vragen worden dan weer aan de vereffenaar voorgelegd en de antwoorden zullen hier worden geplaatst. De vereffenaar gaf aan dat bij vragen ook contact met hem kan worden opgenomen. 

 

Het bedrijf Gastouderbureau Gastvrij is afgelopen maandag ontbonden. Om de zaken af te handelen is een vereffenaar aangesteld. Dit gebeurt als de baten hoger zijn de lasten (‘Als er meer vermogen (waaronder ook uitstaande vorderingen vallen -in dit geval bijvoorbeeld bij vraagouders-) is dan er schulden zijn’.) De vereffenaar is degene die het vermogen van het gastouderbureau moet verdelen. Hij is hierbij aan (strenge) wet- en regelgeving gebonden. 

 

 

 

Wie garandeert mij dat het geld dat ik betaal nu ook echt naar mijn gastouder gaat en niet weer ergens anders voor of voor iemand anders gebruikt wordt?

Geld dat door ouders betaald wordt zal als eerste onder de gastouders verdeeld worden. Met het geld dat daarna overschiet zullen de rest van de schuldeisers worden voldaan. Als vereffenaar ben ik daartoe gehouden aan de voorschriften die in de wet staan genoemd. Als ik deze niet nakom, ben ik persoonlijk aansprakelijk. Dit houdt derhalve ook in dat, als er niet voldoende geld binnenkomt, ik alsnog verplicht ben om een faillissement aan te vragen, wat hoogst waarschijnlijk gaat inhouden dat er geen uitbetaling meer gaat plaatsvinden, omdat de rekening van de curator als eerste wordt voldaan.

 

Waarom handelt iemand die een paar jaar geleden bestuurder bij Gastvrij was dit af? 

Omdat Amélie Ruijters en ik, hoewel wij hier geen belang meer bij hebben, Gastvrij nog steeds zien als ‘ons kindje’ en niet willen dat de onderneming failliet gaat, maar slechts eindigt op een nette manier. Wij zijn de enige die hierin schijnbaar de verantwoordelijkheid willen nemen en doen dat dan ook.

 

Waarom geen onafhankelijk iemand als vereffenaar?

Een onafhankelijk, door de rechtbank aangestelde persoon, zal een hoop geld gaan kosten dat met voorrang dient te worden betaald. Dit betekent dat er geen of weinig gelden voor schuldeisers overblijven.

 

Waarom legt hij niet uit wat er eerder fout is gegaan?

Dat is niet de taak van de vereffenaar. Uiteraard is er de afgelopen maanden uitgebreid onderzoek gedaan en worden de veroorzakers van schade aan de onderneming hierop aangesproken. Dit is een proces wat buiten de afwikkeling om plaatsvindt. 

 

Waarom kan ik de ontbinding van de B.V. niet terugvinden bij de KvK? Zoiets moet daar toch gemeld worden? 

Er is na het aandeelhoudersbesluit van 30 september 2019 direct aangifte gedaan bij de Kamer van Koophandel. Deze formulieren worden per post ingezonden en daarna verwerkt. Ik verwacht dat de status van de vennootschappen op korte termijn worden aangepast.

 

Mijn vraagouders hebben twijfels over betalen omdat dat eerder heel fout is gegaan. Eigenlijk durven ze het bijna niet meer te doen. Ze willen gewoon dat ik mijn loon krijg en vertrouwen het gastouderbureau niet meer: Kan deze vereffenaar garanderen dat het nu goed gaat?

Gelden van vraagouders zullen worden verdeeld onder de gastouders. Dit gebeurt voordat de andere schuldeisers aan bod komen. Ik kan dat garanderen. Overigens wordt van het hele proces van verdelen een verslag bijgehouden. Personen die hierin geïnteresseerd zijn kunnen hiervan een kopie ontvangen, geüpdate versies komen iedere drie maanden beschikbaar.

 

Kunnen ze garanties geven dat het gastouderbureau niet alsnog failliet gaat?

Nee, dat kan ik niet. Als iedereen ‘de kont tegen de krib gooit’ komt er geen geld binnen en zal ik alsnog faillissement aanvragen. Nu is de situatie zo dat er 4x zoveel geld als uitbetaald dient te worden uitstaat bij ouders. Volledige betaling zou derhalve geen probleem moeten zijn.

 

Waar gaat het gastouderbureau mij (gastouder) van betalen als het geld dat ouders betalen voor hun gastouder bestemd is en dus niet voor mij? En: Waar halen ze geld vandaan om mij te kunnen betalen nu het geld dat mijn vraagouders hebben overgemaakt niet naar mij is doorbetaald maar voor andere betalingen schijnt te zijn gebruikt? 

Er dient nog dermate veel geld binnen te komen, dat ik dat niet als een probleem zie. 

  

 

© 2019 De Gastouderjurist.


September 2019

 

Definitieve bedragen kinderopvangtoeslag

 

Inmiddels zijn de eerder als voorlopig gepubliceerde bedragen definitief geworden. De maximaal te vergoeden uurprijs kinderopvangtoeslag 2020 is voor gastouderopvang € 6,27.

 

 


Augustus 2019

 

Nieuw

 

Degastouderjurist.nl is uitgebreid met een pagina waarop informatieve en interessante links te vinden zijn en de pagina 'Uit de praktijk', waarop vanaf de zomer van 2019 zo nu en dan verhalen uit de praktijk zullen worden geplaatst die wat minder geschikt zijn voor onder het kopje 'Actueel'.

 

 


Juni 2019

 

Maximum uurprijzen kinderopvangtoeslag 2020

 

De (voorlopige) maximaal te vergoeden uurprijzen kinderopvangtoeslag 2020 zijn bekend. Voor gastouderopvang is dit € 6,27.

Zie hier voor de bijbehorende documenten van de Rijksoverheid.

 

 

Factsheet Denklijn Personenregister kinderopvang

 

Eerder dit jaar is de Factsheet Personenregister kinderopvang aangepast. Deze heet nu Factsheet Denklijn Personenregister kinderopvang. Meer informatie kun je hier vinden. Zie hier voor een eerder bericht van De Gastouderjurist. over het Personenregister. Nog meer informatie, van de overheid, is hier te lezen. 

 

 

Wettelijk Minimumloon

 

Met ingang van 1 juli 2019 gaat het wettelijk minimumloon omhoog. Het minimumloon wijzigt elk jaar op 1 januari en 1 juli. Dit is relevant voor gastouders aan huis die onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen. Zij hebben er namelijk recht op ten minste het minimumloon te verdienen. Zie hier voor de bedragen. NB: per 1 juli is de leeftijd waarop werknemers recht hebben op het volledige minimumloon verlaagd naar 21 jaar. Dit was 22 jaar. 

 

 

De Belastingdienst en onterecht teruggevorderde kinderopvangtoeslag

 

Dit is  een onderwerp waar zeer veel over geschreven en gezegd wordt. Er zijn veel vragen binnengekomen over waar hierover meer informatie en dergelijke te vinden is, zoals rechterlijke uitspraken, Kamerstukken, en ook krantenartikelen. Omdat veel mensen vragen naar meer (achtergrond)informatie hierover: hier kun links naar artikelen en stukken over dit onderwerp vinden.  

  

Boink, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang, heeft een meldpunt geopend, deze vind je hier. De meldingen wil Boink gebruiken om de kwestie onder de aandacht te brengen van de politiek en de bij het onderwerp betrokken ministeries. Ook de SP heeft een meldpunt geopend, deze vind je hier. Update augustus 2019: De SP heeft een zwartboek gepresenteerd naar aanleiding van deze kwestie en deze overhandigd aan de staatssecretaris van financiën. 

 

 


Mei 2019

 

Onderzoek gastouders

 

De onderwijsinspectie doet onderzoek onder gastouders. Gastouders wordt gevraagd naar hun mening over de begeleidings- en bemiddelingsactiviteiten van hun gastouderbureau(s) en naar hun mening over (de uitvoering van het toezicht op) de gastouderopvang. 

Als het goed is, hebben alle gastouders hier meer informatie over ontvangen via hun gastouderbureau(s). Helaas is gebleken dat niet alle gastouders door een gastouderbureau op de hoogte zijn gesteld van dit onderzoek. Vandaar dat het onderzoek ook hier genoemd wordt, zodat zoveel mogelijk gastouders ervan op de hoogte zijn.

Het is belangrijk dat zoveel mogelijk gastouders de vragenlijst invullen. Dan ontstaat namelijk een zo volledig mogelijk beeld van hoe gastouders denken over de begeleidings- en bemiddelingsactiviteiten van hun gastouderbureau(s) en over (de uitvoering van het toezicht op) de gastouderopvang. 

Van meerdere gastouders kwam de vraag of het wel verstandig is eerlijk in te vullen hoe zij denken over een gastouderbureau en/ of over de, uitvoer van, toezichthoudende taken van de GGD. Deelname aan het onderzoek is anoniem! Overigens kun je hier altijd maar beter eerlijk over zijn, of je mening nu positief of negatief is. Juist als je negatieve ervaringen of verhalen hebt over de onderwerpen uit het onderzoek, is het goed als deze ook gedeeld worden. Verder is het voor het onderzoek van belang dat zoveel mogelijk gastouders de vragenlijst eerlijk invullen! Dan ontstaat namelijk een zo volledig en representatief mogelijk beeld.

Je kunt overigens wel een e-mailadres invullen voor als je meer informatie wilt geven als de onderwijsinspectie dat zou willen naar aanleiding van je antwoorden. 

Je vindt de vragenlijst hier. Je kunt deze tot en met 16 mei 2019 invullen. 

 

 


Februari 2019

 

Gastouders aan huis en de Regeling dienstverlening aan huis

 

Er bestaat veel onduidelijkheid over gastouders en de Regeling dienstverlening aan huis. Met name van gastouders komen hier veel vragen over binnen. Hieronder staan de belangrijkste zaken genoemd. Zodat gastouders aan huis die op minder dan vier dagen per week bij een gezin werken, weten waar zij recht op (kunnen) hebben. 

 

De Regeling dienstverlening aan huis is meer dan tien jaar geleden ingevoerd “ter stimulering van de markt voor persoonlijke dienstverlening”. De Regeling bestaat uit artikelen uit verschillende wetten en regelgeving. 

 

In de toelichting bij de Regeling staat: “De regeling dienstverlening aan huis houdt in dat een natuurlijke persoon zonder inhouding en afdracht van loonheffingen een andere natuurlijke persoon kan inhuren voor diensten ten behoeve van zijn huishouden. De regeling is alleen van toepassing wanneer de diensten worden verricht binnen een tijdsbestek van maximaal drie dagen per week. De regeling is alleen van belang in de situatie dat de arbeidsverhouding zonder deze bepaling wel zou moeten worden beschouwd als een dienstbetrekking. In situaties waarin er ook zonder deze bepaling al geen sprake is van een dienstbetrekking, wordt uiteraard niet toegekomen aan de toepassing van deze bepaling.

 

Dit wil zeggen dat de Regeling alleen van toepassing is als iemand op maximaal drie dagen per week (In de wet wordt dit ‘op minder dan vier dagen per week’ genoemd) voor iemand anders werkt voor het huishouden van die ander. Daarbij kun je onder andere denken aan schoonmaken, verzorging en voor de kinderen zorgen. In de toelichting staat ‘oppassen’ met naam genoemd, maar dat dekt natuurlijk niet helemaal de lading van het werk dat een professionele gastouder doet. Een heel belangrijk punt is verder dat het moet gaan om een situatie die bij meer dan drie dagen per week werken ook als dienstbetrekking zou worden gezien. Dat wil zeggen dat moet zijn voldaan aan de eisen die gelden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. 

 

In de wet staat dit over de arbeidsovereenkomst: “De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.” Een belangrijk kenmerk van de arbeidsovereenkomst is de gezagsverhouding (‘in dienst van’). Hierbij is van belang dat instructies kunnen worden gegeven. Als een gastouder bij ouders in hun huis werkt, zal al snel sprake zijn van een gezagsverhouding. Ook aan de andere vereisten voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst, namelijk het persoonlijk verrichten van arbeid en het ontvangen van loon, wordt in het geval van een gastouder aan huis voldaan. 

Ter vergelijking; in het geval van een gastouder die in haar eigen huis werkt, zal veel minder snel sprake zijn van een gezagsverhouding tussen de gastouder en ouders. 

 

 

Een gastouder valt onder de Regeling dienstverlening aan huis als:

  • De gastouder op minder dan vier dagen per week voor de ouders werkt;
  • De gastouder ‘diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie ze in dienstbetrekking staat’. Dat wil zeggen dat de gastouder werkt ten behoeve van het huishouden van de ouders. Dat doe je als gastouder. 
  • De gastouder loon ontvangt voor haar werkzaamheden.
  • Er sprake is van een gezagsverhouding tussen de ouders en de gastouder. Hiervan zal over het algemeen al snel sprake zijn als een gastouder in het huis van ouders werkt.
  • De gastouder niet als zzp’er werkt.

Als je als gastouder aan deze eisen voldoet, heb je recht op een overeenkomst onder de Regeling dienstverlening aan huis. Het is uiteraard aan te raden een goede , inhoudelijk juiste, overeenkomst te sluiten. 

 

 

Een overeenkomst onder de Regeling dienstverlening aan huis kun je een bijzondere vorm van een arbeidsovereenkomst noemen, of een ‘uitgeklede’ arbeidsovereenkomst. Het wordt ‘uitgekleed’ genoemd omdat niet alle regels, die van toepassing zijn op een ‘normale’ arbeidsovereenkomst, op de situatie van de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing zijn. Sommige ‘normale’ regels zijn ‘uitgekleed’. ‘Normaal’ bestaat er bijvoorbeeld recht op maximaal 104 weken doorbetaling bij ziekte, tegenover zes weken onder de Regeling dienstverlening aan huis.

 

Er staat in de alinea’s hierboven inderdaad ‘arbeidsovereenkomst’, een overeenkomst waarbij de gastouder werknemer is en de ouders werkgever. Veel mensen realiseren zich dit niet. Een gastouder aan huis is in principe of zelfstandige of werkt op basis van een arbeidsovereenkomst. Een ‘normale’ arbeidsovereenkomst als zij (hij) vier dagen of meer per week bij een gezin werkt of een overeenkomst onder de Regeling dienstverlening aan huis als ze op minder dan vier dagen per week bij een gezin werkt en aan de andere hierboven in deze tekst genoemde voorwaarden voldoet.

 

NB: Wanneer sprake is van een familierelatie tussen de gastouder en de ouders, is de Regeling dienstverlening aan huis niet van toepassing. De gastouder moet (als zij geen zzp’er is) in dit geval echter wel het minimumloon verdienen in verband met veranderingen in de Wet Minimumloon per 1 januari 2018. Dit, en de situatie waarin ook kinderen uit andere gezinnen in het huis van een gezin worden opgevangen, wordt in deze tekst verder buiten beschouwing gelaten.

 

Niet alle wettelijke regels die van toepassing zijn die op de ‘normale’ arbeidsovereenkomst zijn dus op dezelfde manier van toepassing op mensen die vallen onder de Regeling dienstverlening aan huis. Vandaar de eerder genoemde ‘bijzondere’ of ‘uitgeklede’ arbeidsovereenkomst. Zo heb je, als je onder deze Regeling valt, dus geen recht op loondoorbetaling bij ziekte gedurende maximaal 104 weken, maar slechts gedurende maximaal zes weken. Ook hebben ouders als werkgever minder werkgeverslasten dan een ‘normale’ werkgever. De wettelijke bepalingen over bijvoorbeeld vakantie zijn een voorbeeld van bepalingen die wél net zoals bij een ‘normale’ arbeidsovereenkomst van toepassing zijn. Een voorbeeld hiervan is dat de werkgever, de ouders dus in dit geval, het loon van de gastouder moet doorbetalen bij vakantie. Dit is ten minste vier keer het aantal overeengekomen werkuren per week.

 

Als je op basis van een arbeidsovereenkomst onder de Regeling dienstverlening aan huis werkt, moet je je eraan houden, als gastouder en ook als ouders! De Regeling bevat namelijk dwingend-rechtelijke bepalingen. Dit betekent dat je niet van deze wettelijke regels mag afwijken. Als je als gastouder onder de Regeling dienstverlening aan huis valt en bijvoorbeeld niet ten minste het geldende minimumloon verdient of niet ten minste vier weken doorbetaalde vakantie krijgt, kun je je beroepen op deze Regeling. 

 

 

Hieronder staan de belangrijkste ‘regels’ uit de Regeling dienstverlening aan huis. De ouders zijn hierbij de werkgever, de gastouder is de werknemer:

  • De gastouder heeft recht op loon. Dit moet van tevoren zijn afgesproken en moet per uur minimaal het geldende wettelijk minimumloon zijn.
  • De gastouder heeft recht op een vakantietoeslag van 8%. 
  • De gastouder heeft recht op doorbetaalde vakantie “van ten minste vier (4) keer de overeengekomen arbeidsduur per week” (‘vier weken’ vakantie).
  • Bij ziekte heeft de gastouder, na eventueel twee (2) wachtdagen, recht op maximaal zes (6) weken loondoorbetaling. Dit ziektegeld is ten minste 70% van het minimumloon, maar in ieder geval het geldende minimumloon. Het mag dus nooit minder zijn dan het geldende minimumloon.
  • De ouders hoeven geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen af te dragen, waardoor de gastouder dus niet verzekerd is voor de Ziektewet, de Wet WIA en de WW. Een gastouder kan zich wel vrijwillig verzekeren.
  • In de Wet arbeid en zorg is geregeld dat mensen die onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen aanspraak kunnen maken op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Deze is gerelateerd aan het minimumloon. 
  • De gastouder ontvangt het loon bruto en doet belastingaangifte onder ‘inkomsten uit overig werk’.
  • De arbeidstijdenwet is van toepassing. Kort gezegd betekent dit dat een gastouder geen extreem lange diensten mag draaien. Een dienst overdag mag bijvoorbeeld maximaal twaalf (12) uur duren en tussen diensten moet voldoende rusttijd zitten. 
  • De ouders mogen opzeggen zonder instemming van de gastouder. De ouders moeten als werkgever echter wel een ‘geldige reden’ hebben voor opzegging van de overeenkomst. Ook moeten de ouders zich bij opzegging houden aan de wettelijke opzegtermijn.  

Om gedoe te voorkomen, kun je dit het beste allemaal heel goed vastleggen.

 

 

Deze tekst bevat een weergave van de meest belangrijkste zaken uit de Regeling dienstverlening aan huis voor gastouders aan huis. Wil je meer weten over of zoek je ondersteuning bij de toepassing van de Regeling dienstverlening aan huis, neem dan vooral contact op!

 

Meer informatie over dit onderwerp kun je ook hier vinden.

 

 

© 2019 De Gastouderjurist.

 


Winter 2018/ 2019 - Januari 2019

 

Wettelijk Minimumloon

 

Met ingang van 1 januari 2019 is het wettelijk minimumloon omhoog gegaan. Het minimumloon wijzigt elk jaar op 1 januari en 1 juli. Dit is relevant voor gastouders aan huis die onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen. Zij hebben er namelijk recht op ten minste het minimumloon te verdienen. Zie hier voor de bedragen.

 

 

Meldcode Kindermishandeling

 

Met ingang van 1 januari 2019 is de meldcode kindermishandeling aangescherpt. 

De belangrijkste wijziging  houdt in dat professionals ernstige situaties van kindermishandeling en huiselijk geweld altijd moeten melden bij Veilig Thuis.

Een handige website met meer informatie kun je hier vinden. 

Meer informatie kun je ook hier of hier vinden. 

 

 

© 2019 De Gastouderjurist.

 


Zomer 2018 

 

Gewijzigde administratieplicht

 

Met ingang van 1 juli 2018 is de administratieplicht gewijzigd. Dit heeft te maken met de invoering van het personenregister (meer over het personenregister, zie hier voor het bericht hierover uit november 2017). Deze wijziging geldt ook voor houders van gastouderbureaus. Zij moeten vanaf 1 juli de naam, geboortedatum en het burgerservicenummer van iedereen die over een VOG moet beschikken/ alle personen die werkzaam zijn, of structureel aanwezig, op de (opvang)locatie, opnemen in hun administratie.

 

 

Nieuw afwegingskader meldcode kindermishandeling 

 

Vorig jaar juli schreef De Gastouderjurist. hier al iets over. Dit kun je hier lezen. Inmiddels is begin juli van dit jaar de aangepaste meldcode gepresenteerd. Zie hier voor meer informatie van de overheid hierover. 

 

 

AVG

 

Op 25 mei zijn de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de bijbehorende Uitvoeringswet (UAVG) van kracht geworden. De AVG beoogt de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen (denk hierbij aan ouders, kinderen, vrijwilligers, enz.) te beschermen, en meer in het bijzonder hun recht op bescherming van persoonsgegevens. De AVG regelt hoe je met deze persoonsgegevens moet omgaan. De positie van natuurlijke personen met betrekking tot hun persoonsgegevens wordt met de AVG versterkt. De AVG is ook van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door gastouders en gastouderbureaus. Elke gastouder en elk gastouderbureau moet ervoor zorgen dat verwerkingen van persoonsgegevens in overeenstemming met de vereisten uit de AVG plaatsvinden. Als gastouder of houder van een gastouderbureau moet je ook kunnen aantonen dat je aan de AVG voldoet, dat je persoonsgegevens op de juiste manier verwerkt en dat je de juiste beschermingsmaatregelen hebt getroffen. 

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft uitgebreide informatie op de website staan. Ook kun je met sommige vragen bij hen terecht. Hier kun je vinden waarmee je bij hen terecht kunt. Het is uiteraard ook mogelijk contact op te nemen met De Gastouderjurist. bij vragen over dit onderwerp. Alleen is het natuurlijk wel zo fair ook te wijzen op de mogelijkheid bij sommige vragen contact op te nemen met de AP. 

 

 

Maximum uurprijzen kinderopvangtoeslag 2019

 

De (voorlopige) maximaal te vergoeden uurprijzen kinderopvangtoeslag 2019 zijn bekend. Voor gastouderopvang is dit  6,15.

 

 

© 2018 De Gastouderjurist.

 


Maart 2018

 

Uitspraak Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden van 13 maart 2018

 

Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft in navolging van het Gerechtshof Den Haag in het voordeel van een gastouder geoordeeld in een zaak tegen de Belastingdienst over het zelfstandig ondernemerschap.

Dit is positief nieuws voor gastouders die als zzp'er werken, omdat het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden in deze zaak anders oordeelt dan in de eerder gedane, en veelbesproken, uitspraak door hetzelfde Hof uit augustus 2016 en omdat het Hof Arnhem – Leeuwarden met zijn uitspraak de in juni 2017 door het Hof Den Haag gedane uitspraak onderschrijft.

 

Het Hof Arnhem – Leeuwarden overweegt in deze zaak onder meer het volgende:

Het Hof overweegt allereerst dat, anders dan de Inspecteur bepleit en anders dan in de door de Inspecteur genoemde uitspraak van het Hof van 17 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6586, het geval was, in de onderhavige zaak de vraagouders als opdrachtgevers van belanghebbende ( = de betreffende gastouder) moeten worden aangemerkt. Belanghebbende sluit zelf overeenkomsten met de vraagouders en maakt met hen afspraken over de uitvoering van de kinderopvang. Met het gastouderbureau heeft belanghebbende slechts een overeenkomst van bemiddeling gesloten, waarin bovendien uitdrukkelijk is vastgelegd dat het gastouderbureau geen enkele verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot hetgeen gastouder en vraagouder overeenkomen en waarin is vastgelegd dat de gastouder jegens het gastouderbureau geen enkele plicht heeft tot het verrichten van opvangwerkzaamheden (artikel 5). Uit de contracten blijkt ook dat het gastouderbureau niet namens zichzelf, maar namens belanghebbende factureert. Gelet hierop verricht belanghebbende haar werkzaamheden voor eigen rekening en moeten de vraagouders als haar opdrachtgevers worden aangemerkt.

 

Verder geeft het Hof Arnhem – Leeuwarden in deze uitspraak aan dat de betreffende gastouder ondernemersrisico loopt, dat deze gastouder over voldoende zelfstandigheid beschikt en dat de rol van het gastouderbureau beperkter is dan de Inspecteur van de Belastingdienst veronderstelt, zoals ook het Hof Den Haag aangaf in zijn uitspraak van 27 juni 2017 (voor meer over deze uitspraak, zie hier voor het bericht van De Gastouderjurist. hierover uit juli 2017.).

 

 

© 2018 De Gastouderjurist.

 


December 2017

 

Update bij ‘Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en gastouders die in huis vraagouders werken’

 

Naar aanleiding van vragen die Tweede Kamerleden hierover aan de minister hebben gesteld, heeft de minister toegezegd in overleg te gaan met de sector om te kijken naar praktische oplossingen binnen de bestaande regelgeving. Inmiddels heeft de minister in een brief aan de Tweede Kamer een oplossing aangegeven.

 

In de brief wordt om te beginnen aangegeven: Gastouderopvang kan in het huis van de vraagouder plaatsvinden. In die situatie wordt een gezagsrelatie aanwezig geacht van de vraagouder in wiens huis de opvang plaatsvindt. Er is in dat geval sprake van een arbeidsovereenkomst. De regels van het Burgerlijk Wetboek zijn daarop van toepassing. Als de gastouder minder dan 4 dagen opvang per week verzorgt, is de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH) van toepassing. In dat geval moet het wettelijk minimumloon betaald worden, maar verder is de vraagouder als werkgever van een aantal werkgeversverplichtingen vrijgesteld (zoals loondoorbetaling bij ziekte voor 2 jaar). Bij familierelaties wordt gezag vaak niet aanwezig geacht (familierelatie overheerst). Dan sluiten het familielid en de vraagouder veelal een overeenkomst van opdracht (ovo).

 

In de praktijk komt het voor dat ook kinderen uit andere gezinnen worden opgevangen. Voor deze situaties geldt de brief van de minister.

 

Over de situatie waarin ook kinderen uit andere gezinnen worden opgevangen en er sprake is van een familierelatie tussen de gastouder en de vraagouder die zijn huis ter beschikking stelt voor de opvang, staat in de brief: “Wanneer ook kinderen uit andere gezinnen worden opgevangen en er sprake is van een familierelatie tussen de gastouder en de vraagouder die zijn huis ter beschikking stelt voor de opvang dan kunnen alle vraagouders gezamenlijk een ovo sluiten met de gastouder. Bij een gezamenlijke ovo kunnen de vraagouders civielrechtelijk vastleggen dat ieder van hen (slechts) aansprakelijk is voor hun ‘eigen’ bijdrage jegens de gastouder, maar als door bijv. het wegvallen van een van de vraaggezinnen de gastouder minder dan het wettelijk minimumloon ontvangt, kan ieder van de (overgebleven) vraagouders door de gastouder worden aangesproken voor betaling van het wettelijk minimumloon.

Dit betekent dus dat in deze situatie alle ouders gezamenlijk een ovo met de gastouder sluiten, onder de hierboven genoemde voorwaarden.

 

Over de situatie waarin ook kinderen uit andere gezinnen worden opgevangen en er geen sprake is van een familierelatie tussen de gastouder en de vraagouder die zijn huis ter beschikking stelt voor de opvang, staat in de brief het volgende: “Dan is in de relatie tussen genoemde twee (gastouder en vraagouder die huis ter beschikking stelt.) doorgaans de RDAH nog steeds van toepassing. De gezagsverhouding verdwijnt immers niet zomaar op het moment dat er meer kinderen in huis zijn. De gastouder en de overige ouders kunnen een gezamenlijke ovo sluiten. In dit geval valt de gastouder dus in beginsel met twee overeenkomsten onder het bereik van het wettelijk minimumloon, te weten op grond van de RDAH en op grond van de gezamenlijke ovo. In dit geval is het geoorloofd om op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wml in het kader van de dienstbetrekking tussen de gastouder en de vraagouder die zijn huis ter beschikking stelt, overeen te komen dat beloning(en) die ontvangen zijn van derden (de andere vraagouders), aangemerkt worden als beloningen die van de werkgever afkomstig zijn. Voorwaarde bij toepassing van deze mogelijkheid is dat de ontvangen bedragen vanuit de ovo als een normaal bestanddeel van de beloning van de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking dienen te worden beschouwd. Een dergelijke regeling brengt over het algemeen tevens mee, dat deze beloningen volgens een vaste maatstaf aan derden in rekening worden gebracht, zodat het facultatieve aspect ontbreekt. In dat geval kunnen de vraagouders dus in het kader van de arbeidsovereenkomst/gezamenlijke ovo afspreken wat hun eigen bijdrage aan de opvang is en welke bedragen van derden (andere vraagouders) afkomstig zijn teneinde in totaal een beloning op tenminste het wettelijk minimumloon te bereiken. Deze afspraak moet dan als arbeidsvoorwaarde met de gastouder worden overeengekomen en de beloning van de derde (andere vraagouders) mag geen facultatief element hebben. Zo wordt binnen de bestaande regelgeving voorkomen dat meerdere malen het wettelijk minimumloon betaald moet worden.”

Dit wil zeggen dat in dit geval de gastouder met de vraagouder die zijn huis beschikbaar stelt, een overeenkomst onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis moet afsluiten en met de overige ouders een gezamenlijke ovo mag afsluiten, onder bovengenoemde voorwaarden, waarbij de gastouder in totaal minstens het minimumloon moet verdienen.

 

Het gaat in dit verhaal dus specifiek om gastouders die kinderen van meerdere ouders in het huis van vraagouders opvangen. Voor gastouders die alleen de kinderen van de vraagouders in wiens huis zij opvang verzorgen, opvangen, geldt, wanneer zij minder dan vier dagen per week bij deze ouders werken, in principe dat zij onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis vallen en dus ook minstens het minimumloon moeten verdienen.

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


November 2017

 

Personenregister kinderopvang

 

Vanaf 1 maart 2018 moet iedereen die werkt, woont of ‘structureel’ aanwezig is op een locatie waar kinderen worden opgevangen, zich inschrijven in het Personenregister kinderopvang.

 

Het is de bedoeling dat op deze manier alle medewerkers in de kinderopvang en alle personen die 'structureel' aanwezig zijn continu worden gescreend op strafbare feiten die belemmerend zijn voor het werken met kinderen en dat het personenregister op deze manier bijdraagt aan de veiligheid binnen de kinderopvang.

 

Niet alleen (voorgenomen) houders en medewerkers van gastouderbureaus en (voorgenomen) gastouders moeten zich inschrijven. Ook hun meerderjarige huisgenoten, vrijwilligers, stagiairs en anderen die structureel aanwezig zullen zijn, moeten zich inschrijven.

 

De overheid houdt voor het duiden van het begrip ‘structureel’ de volgende richtlijn aan: “Aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur”.

 

Zie ook hier (Voor een uitgebreide uitleg en de uitzonderingen op ‘structureel’).

 

 

Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK)

 

Omdat hier regelmatig vragen over binnenkomen: deze wet, die op 1 januari van kracht wordt, is niet van toepassing op de gastouderopvang. Als er meer nieuws is over nieuwe regelgeving voor de gastouderopvang, wordt dat hier uiteraard geplaatst. 

 

 

Definitieve bedragen kinderopvangtoeslag

 

Inmiddels zijn de eerder als voorlopig gepubliceerde bedragen definitief geworden. De maximaal te vergoeden uurprijs kinderopvangtoeslag 2018 is voor gastouderopvang € 5,91.

 

 

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en gastouders die in huis vraagouders werken

  

Naar aanleiding van vragen van branchepartijen over gastouders die bij ouders in huis werken en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zijn eerder deze maand door Tweede Kamerleden vragen gesteld aan de minister: De gastouderopvang leek onbedoeld de dupe te worden van de nieuwe wetgeving rondom het minimumloon. De toenmalige minister heeft toen de toezegging aan de Kamer gedaan een uitzondering te maken voor deze wijze van kinderopvang. Deze toezegging lijkt nu deels waargemaakt te zijn. De minister heeft de groep van gastouders die kinderen opvangen in hun eigen huis en dit doen op basis van een overeenkomst van opdracht, inderdaad uitgezonderd van de wet. Dat is goed, want zonder deze uitzondering zou elke ouder het minimumloon moeten gaan betalen aan de gastouder. Dat zou natuurlijk ontzettend duur worden. Er is echter een groep van gastouders die de opvang verzorgen van kinderen van verschillende ouders bij een van de vraagouders thuis. Het is misschien wat technisch, maar het gebeurt echt. Deze groep blijkt nu niet onder die uitzondering te vallen. De minister geeft in de beantwoording van onze vragen aan dat deze groep gastouders veelal werkt via de Regeling dienstverlening aan huis. Daarmee zou feitelijk sprake zijn van een arbeidsovereenkomst en zou deze groep dus ook niet geraakt worden door de wetswijziging die op 1 januari a.s. ingaat. Daar lijkt nu de schoen te wringen, want het is alsof de theorie en de praktijk nu niet helemaal met elkaar op één lijn zitten. Wij krijgen vanuit deze specifieke groep gastouders, dus van de gastouders die kinderen van verschillende ouders opvangen in het huis van een van de vraagouders, signalen dat zij wel degelijk onder de nieuwe regeling komen te vallen en dus alsnog het minimumloon per ouder moeten vragen. De consequentie is dat zij zichzelf hiermee uit de markt prijzen. De brancheorganisatie geeft ook aan dat deze groep ouders werkt op basis van een overeenkomst van opdracht en niet, zoals de minister stelt, via de Regeling dienstverlening aan huis. Wij willen dit punt graag opgehelderd zien, ook omdat vorig jaar aan de Kamer is toegezegd dat er juist een uitzondering zou komen voor deze sector. Ik hoor dan ook graag op basis van welke informatie de minister stelt dat de meeste gastouders veelal werken via de Regeling dienstverlening aan huis. Zoals gezegd: wij krijgen andere signalen.”

 

De (nieuwe) minister reageerde als volgt: “Het klopt inderdaad dat mijn voorganger bij de behandeling van de vorige wet over het wettelijk minimumloon heeft gezegd dat gastouders uitgezonderd zouden moeten worden. Dat ging echter wel specifiek over gastouders die vanuit hun eigen huis werken. De gedachte was dat gastouders die in hun eigen huis werken, ook huishoudelijke taken kunnen uitvoeren. Daarmee hebben zij een bijzondere positie. Dat ging dus expliciet niet over gastouders die in het huis van iemand anders hun werkzaamheden verrichten, omdat daar juist weer een gezagsrelatie, bijvoorbeeld, kan bestaan en er juist ook weer sprake van kan zijn dat zij werken onder de Regeling dienstverlening aan huis. Verder gaf hij aan dat hij niet een-twee-drie een oplossing heeft en hij de vragenstellers zou willen toezeggen dat hij de komende tijd met de gastouderbranche in gesprek zal blijven, “om vast te stellen of en in welke mate er in de praktijk problemen ontstaan en dat ik met de branche zal bezien hoe wij problemen in de bestaande regelgeving op kunnen lossen. Mijn voorstel zou zijn dat ik daar bij de begrotingsbehandeling op terug probeer te komen, zodat het ook in de tijd beperkt is.”

 

Een van de vragenstellers gaf vervolgens nog aan uiteraard blij te zijn met deze toezegging en: “Ik vind het namelijk echt een heel belangrijk punt. We gaan nu toch een groep gastouders, ouders en kinderen raken, die onbedoeld meegezogen worden terwijl er helemaal geen misstanden zijn op het gebied van onderbetaling, want uiteindelijk vangt een gastouder altijd minimaal twee kinderen op. Als je twee keer de uurprijs doet voor kinderopvang, zit je boven het minimumloon. Daar zit volgens mij misschien toch een deel van de oplossing. Ik ben blij als u met de branche wilt zoeken naar een manier om dit op te lossen.” Ook gaf zij aan te hopen dat de minister snel met een oplossing kan komen.

 

De minister reageerde hier als volgt op: “Ik begrijp het verzoek. Ik vind het heel lastig. Ik ga er geen garanties over geven, want deze wet heeft een geschiedenis. Er is een onderscheid gemaakt voor gastouders die vanuit hun eigen huis werken. De reden is dat ze uitgezonderd zijn van de Wet minimumloon. Dat is een heel specifiek afgebakende groep. Tegelijkertijd zie ik echt wel het punt (…). Ik ga dus in overleg. Ik ga kijken, maar ik wil wel helder zijn. Ik kan geen ijzer met handen breken. We gaan zoeken. Bij de begrotingsbehandeling kan ik erop terugkomen en zijn we hopelijk een stap verder. Maar er zijn geen garanties. Dat wil ik wel even helder gemarkeerd hebben.

 

Het is helaas dus nog afwachten of er iets bedacht gaat worden en zo ja, wat, voor de groep gastouders die bij ouders thuis werkt en niet onder de Regeling dienstverlening aan huis zou vallen.

 

Zie ook hier voor het bericht uit oktober van dit jaar over dit onderwerp.

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


Oktober 2017

 

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) en gastouders

 

Doel van de wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat een ieder die arbeid verricht op basis van een overeenkomst van opdracht (ovo), anders dan uit hoofde van de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, recht krijgt op het wettelijk minimumloon.

 

De minister van SZW had in december al aangegeven gebruik te zullen maken van de mogelijkheid om (bij AMvB) gastouders die met een ovo werken uit te zonderen van de WML, zodat de huidige beloningsstructuur en flexibiliteit behouden kunnen worden.

 

Via een wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag worden gastouders die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht en waarbij de opvang plaatsvindt op het woonadres van de gastouder uitgesloten van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Deze wijziging is kort geleden gepubliceerd.

 

In de Nota van toelichting bij het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met arbeidsverhoudingen die als dienstbetrekking in de zin van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden beschouwd, wordt aangegeven dat gastouders die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht, worden uitgesloten van de WML, in verband met de bijzondere aard van de arbeidsverhouding.

 

In deze Nota van toelichting staat over gastouderopvang onder andere het volgende:

“Gastouders die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht ontvangen gemiddeld € 5,60 per uur per kind. Dit is iets meer dan de maximum uurprijs waarvoor kinderopvangtoeslag, te weten € 5,52 per uur, kan worden verkregen. Gastouders vangen gemiddeld twee kinderen op en gemiddeld genomen verdienen gastouders dan ook het wettelijk minimumloon. Gastouders die één kind opvangen, verdienen minder dan het wettelijk minimumloon, maar het is gerechtvaardigd om ook deze gastouders uit te zonderen vanwege de omstandigheid dat de gastouder een deel van de opvangtijd naar eigen inzicht kan benutten. Immers, de opvang vindt plaats in de eigen woning van de gastouder zodat de gastouder een deel van de opvangtijd kan besteden aan eigen (huishoudelijke) taken. Dit maakt de arbeidsverhouding van gastouders ook uniek ten opzichte van de arbeidsverhouding van andere beroepsgroepen. Gelet hierop moeten gastouders die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht dan ook uitgezonderd worden van de WML.” Of het in het algemeen zo is dat een gastouder “een deel van de opvangtijd kan besteden aan eigen (huishoudelijke) taken”, is een andere discussie, maar dat dit op deze manier in deze Nota staat, zal voor veel serieus werkende gastouders niet leuk zijn om te lezen.

 

Verder valt in deze Nota te lezen: “Indien er geen uitzondering wordt gemaakt heeft dit grote gevolgen voor gastouderopvang. Immers, gastouders sluiten een overeenkomst van opdracht af per ouderpaar, terwijl zij kinderen van meerdere ouderparen gelijktijdig opvangen. Het maakt voor hun inkomsten verschil of zij twee kinderen van eenzelfde ouderpaar opvangen of twee kinderen van twee ouderparen. In het eerste geval sluit de gastouder één overeenkomst van opdracht af met het ouderpaar voor de opvang van hun twee kinderen. Dit ouderpaar is dan ten minste eenmaal het wettelijk minimumloon verschuldigd. Heeft de gastouder echter twee kinderen in de opvang die elk van een ander ouderpaar zijn, dan sluit de gastouder twee overeenkomsten van opdracht af en is er recht op twee maal het wettelijk minimumloon. Terwijl de gastouder in beide situaties evenveel arbeid verricht, zou er een groot verschil in verdiensten zijn.

Daarnaast is bij de gastouderopvang de nodige flexibiliteit vereist ten aanzien van de uren van opvang. Als een ouderpaar twee kinderen bij een gastouder onderbrengt, wil dat niet zeggen dat beide kinderen dezelfde uren aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg van verschillende schooltijden of ziekte van een van de kinderen. In de huidige praktijk wordt per kind per uur betaald en maakt het niet uit of de kinderen al dan niet gelijktijdig bij de gastouder zijn. Na de wijziging van de wet (waardoor personen werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht onder de reikwijdte van de WML komen te vallen) zouden de ouders voor ieder uur van opvang het wettelijk minimumloon dienen te betalen (en maakt het niet uit of dan één kind of beide kinderen bij de gastouder zijn).” Voor dit laatste is nu dus een uitzondering gemaakt.

 

Over gastouders aan huis, gastouders die bij vraagouders in huis werken staat in deze Nota: “Gastouders die werkzaam zijn op basis van de regeling dienstverlening aan huis vallen reeds als werknemer onder de WML en worden niet uitgesloten. De hiervoor beschreven problematiek raakt de gastouders die werkzaam zijn op basis van deze regeling niet. In dat geval is er namelijk sprake van één werkgever, de vraagouder. Ook wordt in het huis van de vraagouder opgevangen en kan de gastouder niet een deel van de opvangtijd besteden aan eigen (huishoudelijke) taken.”

In de bovengenoemde Nota van toelichting is ook het volgende te lezen:

“In het nieuwe artikel 2 (van het besluit) is de uitzondering geformuleerd voor gastouders die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht. Hierbij is verduidelijkt dat deze uitzondering alleen gastouders betreft waarbij de opvang plaatsvindt op het woonadres van de gastouder en dus niet op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt. Gastouders die kinderen opvangen op het adres van de zogenoemde ‘vraagouder’ worden beschouwd als werknemer en vallen nu al onder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Voor deze groep is een uitzondering dus niet noodzakelijk.

Gastouders die werkzaam zijn onder de Regeling dienstverlening aan huis moeten inderdaad al minstens het minimumloon verdienen.

 

De reikwijdte van de WML strekt zich overigens niet uit tot personen die krachtens overeenkomst arbeid verrichten uit hoofde van de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. Voor (echte) zelfstandig ondernemers gaat dit hele verhaal dus niet op.

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


Juli 2017

 

Maximum uurprijzen kinderopvangtoeslag 2018

 

De (voorlopige) maximaal te vergoeden uurprijzen kinderopvangtoeslag 2018 zijn bekend.

Voor gastouderopvang is dit € 5,91.

 

 

Meldcode kindermishandeling aangepast

 

De meldcode kindermishandeling wordt aangepast. Het Besluit verplichte meldcode regelt dat in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling een afwegingskader moet worden opgenomen. Een afwegingskader op basis waarvan een professional het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling weegt. Dit afwegingskader stelt de professionals in staat te beoordelen of sprake is van (een vermoeden van) dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dat melden bij Veilig Thuis aangewezen is. De inwerkingtreding van de wijziging van het Besluit verplichte meldcode is op 1 januari 2019.

De belangrijkste wijziging  houdt in dat professionals ernstige situaties van kindermishandeling en huiselijk geweld altijd moeten melden bij Veilig Thuis. Tot 1 januari 2019 krijgen de betreffende beroepsgroepen de tijd het afwegingskader waarin is vastgelegd wanneer een situatie zo ernstig is dat een melding vereist is, op te stellen en te implementeren/ in de praktijk te gaan invoeren.

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


Juli 2017

 

Uitspraak Gerechtshof Den Haag

 

Het Gerechtshof Den Haag heeft recentelijk in een zaak van een gastouder tegen de Belastingdienst geoordeeld dat een gastouder wel degelijk zelfstandig ondernemer kan zijn. Dit is fijn nieuws voor gastouders in vergelijkbare situaties. Ook is het goed nieuws omdat er nu voor het eerst een uitspraak is gedaan die gaat over het zelfstandig ondernemerschap van een gastouder door een (ander) Gerechtshof nadat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden afgelopen augustus een uitspraak deed die veel paniek veroorzaakte onder gastouders. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde toen dat gastouderbureaus wettelijk gezien veel zeggenschap hebben en de gastouder daarom niet over genoeg zelfstandigheid beschikt om van ‘zelfstandig ondernemer’ te kunnen spreken. Het Hof Den Haag ziet dit in deze zaak anders.

 

Het Hof Den Haag (hierna: ‘Het Hof’) is van oordeel dat de voordelen uit de activiteiten van de betreffende gastouder in de jaren waar het in deze zaak om ging (2010-2012) als winst uit onderneming moeten worden aangemerkt:

 

Het Hof is van mening dat de betreffende gastouder voldoet aan de eisen van duurzaamheid, omvang, beschikbare tijd en het aantal opdrachtgevers. Deze gastouder is sinds 2007 gastouder, ze heeft via drie geregistreerde gastouderbureaus overeenkomsten met vraagouders gesloten, ze werkt op meerdere dagen per week, heeft zes tot zeven kinderen opgevangen, van drie tot vier ouders, waarmee zij in de jaren waar het in deze zaak om gaat omzetten heeft behaald tussen de ongeveer 8800 en 10500 euro. Wat betreft de grootte van de brutobaten en de winstverwachting neemt het Hof ook in aanmerking dat de omzetten van de gastouder in de  jaren 2013-2015 een duidelijke stijgende lijn vertonen, tot bedragen hoger dan 20000 euro.

 

Ook is het Hof van oordeel dat de gastouder ondernemersrisico loopt, in de eerste plaats in de vorm van debiteurenrisico. Hierover zegt het Hof dat vaststaat dat wanneer de vraagouders de gefactureerde bedragen niet voldoen, de gastouder geen betaling voor de door haar verrichte werkzaamheden ontvangt en dat het gastouderbureau in dit verband slechts een kassiersfunctie vervult. Ook geeft het Hof aan dat de betreffende gastouder inkomensrisico loopt doordat zij bij ziekte, vakanties en andersoortige afwezigheid geen inkomen heeft. Daarnaast geeft het Hof aan dat de gastouder risico loopt op omzetverlies omdat vraagouders de overeenkomst kunnen opzeggen.

 

Verder vindt het Hof het wat betreft de bekendheid naar buiten aannemelijk dat deze gastouder zelf haar acquisitie heeft verricht en 80% van haar klanten zelf heeft geworven, zonder tussenkomst van een gastouderbureau, door onder andere gebruik te maken van een eigen website, facebookpagina, visitekaartjes en mond-tot-mondreclame.

 

Dat de gastouder relatief weinig heeft geïnvesteerd, doet volgens het Hof aan het ondernemerschap niet af omdat dit inherent is aan de aard van de activiteiten, namelijk kinderopvang op het eigen woonadres.

 

Over de rol van het gastouderbureau zegt het Hof dat de bepalingen in de Wet Kinderopvang het voor de gastouder noodzakelijk maken om haar werkzaamheden als gastouder door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau te verrichten omdat de vraagouders alleen dan aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag. Het Hof geeft aan dat het gastouderbureau als wettelijke taken heeft zorg te dragen voor het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang en het doorgeleiden van betalingen van ouders aan gastouders.

Het Hof geeft hiernaast aan dat het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen wordt uitgeoefend door het college van de betreffende gemeente en de door dit college aangewezen toezichthouder, de GGD dus. In het kader van het toezicht op de naleving van de veiligheidsvoorschriften heeft het gastouderbureau slechts een signalerende functie.

Het Hof vindt het in deze zaak tevens niet aannemelijk dat de gastouder feitelijk is onderworpen aan strakke regels, controle en toezicht van de gastouderbureaus. Het Hof acht de rol van de gastouderbureaus in de praktijk veeleer beperkt tot bemiddeling, begeleiding en doorgeleiding van betalingen. Het Hof is van mening dat de rol van de gastouderbureaus dan ook niet afdoet aan de zelfstandigheid van de betreffende gastouder. Ook brengen het bestaan van wettelijke voorschriften met betrekking tot de kwaliteit en de veiligheid en het toezicht op de naleving daarvan, niet met zich mee dat deze gastouder onvoldoende zelfstandigheid bezit om als zelfstandig ondernemer te kunnen worden aangemerkt.

 

Het Hof geeft ook nog aan dat de vraagouders de opdrachtgevers zijn van de gastouder, dat de vraagouders zelf een oplossing moeten zoeken wanneer de gastouder niet in staat is opvang te bieden, dat de betreffende gastouder onafhankelijk van het gastouderbureau bepaalt hoeveel uren zij werkt en wanneer zij werkt, dat deze gastouder aannemelijk heeft gemaakt haar eigen tarieven te bepalen en dat hieraan niet afdoet dat zij een nagenoeg uniform tarief (rond de 5 euro) hanteert, dat is afgestemd op het maximale uurtarief waarover vraagouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen.

 

Het Gerechtshof Den Haag concludeert dat de betreffende gastouder haar werkzaamheden voldoende zelfstandig verricht om als ondernemer te kunnen worden beschouwd.

 

NB: elke situatie is anders, elke gastouder heeft een unieke situatie die als zodanig moet worden beoordeeld. Dat wat het Gerechtshof Den Haag in deze uitspraak zegt over de rol van gastouderbureaus lijkt echter voor alle gastouders goed nieuws!

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


April 2017

 

Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant

 

Kort geleden heeft de Rechtbank  Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak tussen een gastouder en de Belastingdienst. Ook in deze zaak was de vraag aan de orde of de inkomsten uit de werkzaamheden van de betreffende gastouder aan te merken zijn als winst uit onderneming (en dus of zij recht heeft op zelfstandigenaftrek, startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling) of als resultaat uit overige werkzaamheden.

De rechtbank is in deze zaak van oordeel dat de inkomsten van deze gastouder aan te merken zijn als winst uit onderneming.

 

De belangrijkste punten die de rechtbank hierbij noemt zijn:

- Deze gastouder heeft meerdere opdrachtgevers, in dit geval 5. De opdrachtgevers zijn de vraagouders. De gastouder sluit met elke opdrachtgever een overeenkomst en zij bepaalt zelf, onafhankelijk van het gastouderbureau, hoeveel uren zij werkt, wanneer zij werkt en hoe hoog haar tarieven zijn.

- Deze gastouder behaalde genoeg resultaat (in dit geval € 24621,25) en besteedde genoeg uren (in dit geval 1721) aan de opvang.

- De betreffende gastouder loopt ondernemersrisico, te weten:

- debiteurenrisico, als de vraagouder(s) de gefactureerde bedragen niet betalen, dan krijgt de gastouder niet betaald terwijl zij wel arbeid heeft    

  verricht en als het gastouderbureau failliet gaat dan krijgt de gastouder evenmin betaald voor wel verrichtte arbeid;

- het risico dat de gastouder ziek wordt en dan geen inkomsten heeft;

- de gastouder loopt risico op omzetverlies door opzeggingen door de vraagouder(s);

- de gastouder is aansprakelijk als het kind tijdens de door haar verzorgde opvang iets overkomt.

- Tot slot vindt de rechtbank het van belang dat de betreffende gastouder de gehele actieve acquisitie verricht en haar klanten zelf heeft geworven, zonder tussenkomst van het gastouderbureau.

 

Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant in deze uitspraak, doet aan het bovenstaande niet af dat het gastouderbureau een rol speelt bij de door de gastouder verzorgde kinderopvang, nu deze rol is terug te voeren op het wettelijk stelsel van gereguleerde kinderopvang. Hierover zegt de rechtbank dat gelet op het wettelijk stelsel van gereguleerde kinderopvang een gastouder nu eenmaal verplicht is om haar werkzaamheden door tussenkomst van een gastouderbureau te verrichten. De in dit geval door het gastouderbureau uitgeoefende taken (facturering, toezicht, bemiddeling, begeleiding, opstellen pedagogisch beleidsplan, inventariseren veiligheids- en gezondheidsrisico’s en het afleggen van huisbezoeken) zijn alle op het wettelijk stelsel terug te voeren en brengen, naar het oordeel van de rechtbank, niet mee dat de betreffende gastouder onvoldoende zelfstandig is. Het staat haar ook vrij om een bemiddelingsovereenkomst met andere gastouderbureaus te sluiten, wat deze gastouder ook gedaan heeft, en om de overeenkomst met een gastouderbureau op te zeggen. Naar het oordeel van de rechtbank is de in deze zaak met het gastouderbureau gesloten overeenkomst aan te merken als een bemiddelingsovereenkomst. Dat het gastouderbureau in werkelijkheid – en daarmee in afwijking van de overeenkomst – op andere wijze invulling zou hebben geven aan die overeenkomst, is niet gesteld.

Aan het vorenstaande doet volgens de rechtbank evenmin af dat de door deze gastouder gedane investeringen en kosten gering zijn geweest, nu die omstandigheid inherent is aan de aard van de activiteiten, namelijk kinderopvang in de woning van de gastouder.

 

De inkomsten van een gastouder die aan alle eisen voor zelfstandig ondernemerschap voldoet en haar werkzaamheden verricht door tussenkomst van gastouderbureaus die alleen de wettelijke taken uitvoeren kunnen volgens deze uitspraak voor de inkomstenbelasting worden aangemerkt als winst uit onderneming. 

 

De Belastingdienst heeft nog de mogelijkheid in hoger beroep te gaan.

 

 

© 2017 De Gastouderjurist. 


December 2016

 

Toevoeging op het bericht van 7 december over de uitspraken van rechters over zelfstandig ondernemerschap

 

De Gastouderjurist. heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag vragen ontvangen. De rechtbank Den Haag verwijst in haar uitspraak naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden uit augustus.

 

Omdat er inmiddels door meer dan één rechter eenzelfde uitspraak is gedaan over dit onderwerp, is de kans aanwezig dat een volgende rechter weer hetzelfde oordeelt. De lijn van de rechters lijkt nu te zijn dat gekeken wordt naar de wettelijk vereiste taken van gastouderbureaus.  In de wet- en regelgeving hebben gastouderbureaus een aantal strikt vastgelegde taken. Taken die, zoals ze in de wet- en regelgeving staan omschreven, van grote invloed zijn op de manier waarop gastouders moeten werken. Een voorbeeld hiervan is dat wat over het pedagogisch plan in de wet- en regelgeving staat. In de wet- en regelgeving staat dat de gastouder moet handelen overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan dat door het gastouderbureau is opgesteld.

 

Dit blijkt in de praktijk vaak niet te gebeuren. Veel gastouders, juist degenen die als zelfstandige werken, hebben vaak (ook) een heel gedegen eigen pedagogisch plan. De Gastouderjurist. kent daar ook meerdere voorbeelden van.

Dat  door rechters niet naar de praktijk wordt gekeken, is voor gastouders pijnlijk, maar verandert (helaas) niets aan het feit dat rechters naar de wet moeten kijken.

Gezien de laatste uitspraken, kijkt de rechter nu dus naar de wettelijke rol van het gastouderbureau, waardoor de voor zelfstandig ondernemerschap vereiste zelfstandigheid bij gastouders volgens de rechter niet bestaat. 

 

In een annotatie (een juridisch commentaar op een uitspraak) bij de uitspraak van het Hof Leeuwarden uit augustus, zegt de schrijver van de annotatie het volgende:

De argumentatie van het hof doet vermoeden dat het in het algemeen onmogelijk is om met (alleen) gastouderopvang een onderneming te drijven. Vanwege de strikte regulering zijn er namelijk weinig mogelijkheden voor gastouders om meer zelfstandigheid te creëren, anders dan door andere activiteiten dan alleen gastouderopvang te ondernemen. Waar het hof de zelfstandigheid ook had kunnen toetsen aan de hand van de mogelijkheden die in de invloedssfeer van belanghebbende liggen, kiest het ervoor om de wettelijke verplichtingen van een gastouder(bureau) mee te laten wegen in de beoordeling van de zelfstandigheid. Dat slaat dan al snel door naar onvoldoende zelfstandigheid. Daarmee kan deze uitspraak mede worden gezien als een waarschuwing aan andere gastouderondernemers.”

 

Dit is dus een commentaar, mening, en geen uitspraak van een rechter. Een opvallende zin is de volgende: “Waar het hof de zelfstandigheid ook had kunnen toetsen aan de hand van de mogelijkheden die in de invloedssfeer van belanghebbende (= de betreffende gastouder) liggen, kiest het ervoor om de wettelijke verplichtingen van een gastouder(bureau) mee te laten wegen in de beoordeling van de zelfstandigheid.”  Hier wordt duidelijk aangegeven wat de rechters nu gedaan hebben.

 

De Gastouderjurist. kent vele hardwerkende zelfstandige gastouders en had voor hen graag gezien dat het anders was maar op dit moment lijkt de realiteit te zijn dat rechters op deze manier oordelen. Rechters moeten ook naar de wet kijken. Wat dat betreft, valt er (helaas) geen speld tussen te krijgen dat rechters zeggen dat  in de wet- en regelgeving strikte wettelijke eisen aan gastouderbureaus en, in het verlengde daarvan, aan (de manier van werken van) gastouders worden gesteld, waardoor gastouders niet over de voor zelfstandig ondernemerschap vereiste zelfstandigheid beschikken.  De Belastingdienst past dit nu dan ook toe.

 

Een veel gestelde vraag is: Hoe zorg ik dat de Belastingdienst mij wél als zelfstandig ondernemer blijft zien? Helaas valt niet te voorspellen hoe de rechtspraak zich verder ontwikkelt. In de zaak die in september voor de rechtbank Den Haag heeft gediend, kan nog hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag worden ingesteld. Als het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank bevestigt (en het daardoor ook eens is met wat de rechters van het hof Arnhem – Leeuwarden in augustus hebben gezegd.), is de kans groot dat de Belastingdienst nog beter gaat letten op belastingaangiftes van gastouders.

 

Er schijnen mensen te zijn die beweren dat ze de belastingaangifte van gastouders zo kunnen invullen dat de belastingdienst hen zeker weten als zelfstandig ondernemer accepteert. Dat lijkt in het licht van de laatste uitspraken van rechters wat erg mooi voorgesteld.

 

Als rechters hetzelfde blijven oordelen, dan denk ik dat het aan de gastouderwereld is om met de politiek in gesprek te gaan om aan te geven dat de wettelijke rol van gastouderbureaus mogelijk anders moet.  Wellicht is dat sowieso geen verkeerd idee want in de meest recente plannen van de minister staat onder andere dat  eraan wordt gedacht het gastouderbureau een grotere rol te geven bij kwaliteit.

 

Als er meer bekend is, kun je dat hier lezen.

 

 

Berichten over Wet minimumloon

 

De afgelopen week zijn meerdere berichten verschenen over de wet minimumloon en de mogelijk nadelige invloed daarvan op gastouders. Omdat De Gastouderjurist. vragen kreeg over hoe dit nu zit:

 

Vorige week (15 december) is in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen gesproken. Hierbij kwam ook het wetsvoorstel ‘Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht’ (WML-ovo), aan de orde.

Een aantal (branche)organisaties heeft, zeer terecht, de mogelijke nadelige gevolgen van de wetsvoorstellen voor gastouders aangekaart. Wat uiteraard heel goed is!

De wetsvoorstellen zijn er ter bescherming van werkenden, om onderbetaling en/ of uitbuiting te voorkomen. Zo zou onder andere het ‘stukloon’ (dat vaak laag is) worden afgeschaft. Omdat het in het geval van gastouders nadeel zou kunnen opleveren, heeft de minister een oplossing toegezegd.

Meerdere Tweede Kamerleden hebben aan de hand van de vragen van (branche)organisaties aan de minister gevraagd wat hij doet om problemen voor gastouders te voorkomen nu het stukloon wordt afgeschaft. De minister geeft aan dat het klopt dat door wijziging van de stukloonbepaling in ieder geval het minimumloon per uur zou moeten worden betaald en dat gastouders na aanvaarding van het wetsvoorstel WML-ovo in beginsel onder de WML zouden komen te vallen. Ook geeft hij aan dat het waar is dat dit forse consequenties kan hebben voor de prijs die vraagouders moeten gaan betalen en in het verlengde daarvan voor het aanbod van gastouders. De minister geeft hierna aan dat het wetsvoorstel WML-ovo echter ook voorziet ook in de mogelijkheid om bij AMvB (In een Algemene Maatregel van Bestuur mogen (wettelijke) regels nader worden uitgewerkt.) de arbeidsverhouding van bepaalde categorieën personen wegens bijzondere omstandigheden buiten de werkingssfeer van de WML te plaatsen. De gastouderopvang komt aldus de minister hiervoor in aanmerking.

Daarnaast geldt dat de ovo (overeenkomst) per ouderpaar wordt afgesloten. Dat leidt tot de situatie dat wanneer een ouderpaar twee kinderen naar een gastouder brengt, een vergoeding van twee keer €5,60 volstaat, maar als het oudste kind naar school gaat, het tarief voor het andere kind opeens fors omhoog moet. Voor de gastouders geldt dat als ze twee kinderen van één ouderpaar opvangen ze eenmaal het minimumloon per uur ontvangen, maar als ze twee kinderen van verschillende ouderparen opvangen, ze van beide ouderparen het minimumloon moeten ontvangen. Het zijn twee overeenkomsten van opdracht.“ Dit maakt volgens de minister duidelijk dat er een specifieke situatie aan de orde is, die rechtvaardigt dat er een uitzondering komt voor de  gastoudersector. Vervolgens heeft hij gezegd gebruik te zullen maken van de mogelijkheid om bij AMvB gastouders uit te zonderen van de WML, zodat de huidige beloningsstructuur en flexibiliteit behouden kunnen worden.

 

 

© 2016 De Gastouderjurist.

 

 

7 december 2016

 

(De inmiddels beruchte) uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden van 17 augustus en een latere uitspraak van de Rechtbank Den Haag 

 

Veel gastouders werken als zzp’er. Op 17 augustus heeft het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden een uitspraak gedaan die voor als zzp’er werkende gastouders verstrekkende gevolgen lijkt te kunnen hebben. Het Gerechtshof heeft in deze zaak kort gezegd geoordeeld dat gastouderbureaus wettelijk gezien veel zeggenschap hebben en de gastouder daarom niet over genoeg zelfstandigheid beschikt om van ‘zelfstandig ondernemer’ te kunnen spreken. De vraag was of de opbrengsten uit de werkzaamheden van de gastouder voor de belastingen te kwalificeren zijn als winst uit onderneming. Helaas is men in deze zaak niet naar de Hoge Raad gestapt.

De Belastingdienst heeft inmiddels meerdere, zo niet vele, gastouders aangeschreven met de mededeling dat van hun aangifte over jaar x wordt afgeweken omdat geen sprake zou zijn van inkomsten uit winst maar van resultaat uit overige werkzaamheden en dat daarbij geen recht op zelfstandigenaftrek, startersaftrek en/of MKB-winstvrijstelling bestaat. Hierbij wordt gewezen op de uitspraak van het Hof van 17 augustus.

Inmiddels is door de Rechtbank Den Haag eenzelfde soort uitspraak gedaan waarin wordt verwezen naar de uitspraak van het Hof Arnhem – Leeuwarden van 17 augustus. De rechtbank Den Haag overweegt dat in de wet- en regelgeving strikte wettelijke eisen aan gastouderbureaus en, in het verlengde daarvan, aan gastouders worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat de gastouder, gelet op deze wettelijke verplichtingen, ten opzichte van de gastouderbureaus niet over voldoende zelfstandigheid beschikt om als ondernemer te kunnen worden aangemerkt (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6586). De stelling van de betreffende gastouder dat haar situatie anders is dan de situatie die aan de uitspraak van 17 augustus ten grondslag ligt, volgt de rechtbank niet nu op deze gastouder dezelfde wettelijke bepalingen als op de gastouder uit de uitspraak van 17 augustus van toepassing zijn. De gastouder heeft verder nog gesteld dat de invloed van de gastouderbureaus in de praktijk van ondergeschikte invloed is op haar werkzaamheden en dat het toezicht dat de gastouderbureaus uitoefenen in de praktijk weinig voorstelt. De rechtbank is echter van oordeel dat de vraag of er daadwerkelijk wordt gehandeld conform de geldende wettelijke bepalingen, gelet op hetgeen in de uitspraak van 17 augustus is overwogen, niet relevant is.

 

Dit is opnieuw geen gunstige uitspraak voor gastouders als zelfstandig ondernemers. Het valt te hopen dat beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag zodat het Gerechtshof Den Haag en wellicht ook de Hoge Raad er een uitspraak over kunnen doen. Als De Gastouderjurist. daar meer over weet, zal dat hier geplaatst worden. 

 

 

© 2016 De Gastouderjurist.