'Uit de praktijk'

 

Hier zullen zo nu en dan verhalen uit de praktijk worden geplaatst.  

Persoonlijke, privacygevoelige informatie is in deze verhalen uiteraard weggelaten. Alle informatie en gegevens die in deze verhalen voorkomen, komen uit openbaar toegankelijke bronnen, zoals het LRK, waarin onder meer GGD rapporten gepubliceerd zijn, en van de website overheid.nl

 

 


Augustus 2019

 

Gastouderbureaus die niet doorbetalen 

 

 

De Gastouderjurist. ontvangt regelmatig vragen over het niet doorbetalen van het loon door een gastouderbureau. Het gaat dan dus om situaties waarin ouders het geld wél al hebben overgemaakt aan het gastouderbureau, waarna het gastouderbureau (veel) te laat, of helemaal niet, doorbetaalt. Gelukkig kan het over het algemeen, met ondersteuning, worden opgelost, zodat de gastouder het loon alsnog ontvangt. Helaas zijn er ook situaties waarin het niet goed gaat. Situaties waarin een gastouderbureau helemaal niet meer doorbetaalt, meestal omdat er geen of te weinig geld meer is. Dit zijn vaak juist de gevallen waarin gastouders er, meestal om financiële redenen, voor kiezen ‘het maar te laten zitten’. Want de kans is groot dat zo’n gastouderbureau failliet gaat. Dan kan een gastouder vaak naar het loon fluiten. Een gastouder als schuldeiser mag namelijk helaas achter in de rij schuldeisers aansluiten (anderen gaan voor). Verder kan het bedrag dat iemand kwijt is aan ondersteuning dikwijls niet ook nog gemist worden. 

 

Het doorbetalen van het geld van de ouders naar de gastouder(s) is een van de belangrijkste taken van een gastouderbureau. Het is de kassiersfunctie. In de Wet kinderopvang staat: “Een houder van een gastouderbureau draagt zorg voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden van het bureau, waaronder wordt verstaan:

a. het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving;

b. het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders.”

 

Bij een gastouderbureau waarover meerdere vragen over niet doorbetalen binnenkwamen, werden door de GGD al vaker doorbetalingsproblemen geconstateerd. De houder van het gastouderbureau heeft kansen tot herstel gekregen. In GGD rapporten is verder meerdere keren te lezen dat door de houder en/ of bestuurder(s) van het gastouderbureau beterschap wordt beloofd. 

 

In de GGD rapporten is ook te lezen dat er sprake is van meerdere andere tekortkomingen bij dit gastouderbureau. De GGD heeft de gemeente in verband met deze tekortkomingen in de afgelopen jaren meerdere keren geadviseerd te handhaven. Door de gemeente is een aantal keer een last onder dwangsom aangekondigd met daarbij tijd om de tekortkomingen te herstellen. Handhaving loopt nu nog. 

 

In dit verhaal gaat het vooral om het niet (op tijd) doorbetalen. Helaas gaat het bij dit gastouderbureau namelijk nu (2019) weer fout met doorbetalen. Naar aanleiding van signalen over niet of niet op tijd uitbetalen, heeft de GGD eerder dit jaar onaangekondigd incidenteel onderzoek gedaan. In het bijbehorende GGD rapport is te lezen dat de houder tijdens een gesprek met toezichthouders van de GGD erkent dat er problemen zijn met het op tijd uitbetalen van gastouders. De toezichthouders hebben meer problemen gesignaleerd met de bedrijfsvoering van het gastouderbureau en de houder gevraagd of de houder een uitweg ziet op korte termijn. De houder heeft toen aangegeven dat hij bezig is met zoeken naar een oplossing. Tevens hebben de toezichthouders aangegeven dat het belang van gastouders en ouders voor hen op de eerste plaats komt en dat het in het belang van gastouders en ouders is dat de problemen zo snel mogelijk ophouden en de betalingsachterstanden van het gastouderbureau niet verder oplopen. Vervolgens staat in het GGD rapport dat de toezichthouders de houder nadrukkelijk adviseren om zich zo spoedig mogelijk te laten uitschrijven uit het LRK en de exploitatie van het gastouderbureau te stoppen. Het advies van de toezichthouder aan de gemeente is om te handhaven conform handhavingsbeleid en het gastouderbureau uit te schrijven uit het LRK.

 

Niet lang na dit onaangekondigde incidentele onderzoek heeft ook nog een aangekondigd jaarlijks onderzoek plaatsgevonden. In het GGD rapport van dit onderzoek staat dat de bestuurder van het gastouderbureau aangeeft dat de exploitatie zal worden voortgezet. Ook geeft de bestuurder aan dat hij een oplossing voor de huidige problemen heeft gevonden door samen met een oud-bestuurder de bedrijfsvoering opnieuw vorm te geven. Vervolgens is te lezen dat de toezichthouder constateert dat de houder onvoldoende maatregelen heeft getroffen om de eerder geconstateerde tekortkomingen te herstellen. Verder geeft de toezichthouder aan dagelijks bezorgde e-mails of telefoontjes te ontvangen van gastouders en ouders die een achterstand in betalingen en slechte bereikbaarheid van het gastouderbureau melden. Daarna geeft de toezichthouder aan signalen van collega-toezichthouders van andere GGD-en en (oud)medewerkers van het gastouderbureau te ontvangen. In het rapport staat verder dat in alle domeinen van het jaarlijks onderzoek overtredingen worden geconstateerd en dat de toezichthouder zich zorgen maakt over de huidige bedrijfsvoering van het gastouderbureau. De toezichthouder adviseert de gemeente in dit rapport om verzwaard te handhaven ter bescherming van de bij het gastouderbureau aangesloten gastouders en ouders.

Waar het in hetzelfde rapport specifiek over betalingen gaat, is te lezen dat de bestuurder van het gastouderbureau erkent dat er problemen zijn met betalingen. Er staat dat met name hoge personeelskosten voor problemen met de betalingen zorgen. De bestuurder van het gastouderbureau verklaart verder dat wanneer een ouder de factuur heeft betaald, een gastouder die‘ het langst op zijn geld wacht’ als eerste uitbetaald wordt. Hij geeft daarbij aan dat dat dan niet de gastouder hoeft te zijn die bij de vraagouder hoort die betaald heeft.

 

In informatie op de website van dit gastouderbureau staat nota bene het volgende over doorbetaling: “Omdat wij er ons bewust van zijn dat dit het directe inkomen van de meeste gastouders is hebben wij ervoor gekozen om dit -doorbetalen- dagelijks te doen.” De GGD heeft hierover in het meest recente rapport ook aangegeven dat het gastouderbureau niet overeenkomstig het eigen beleid handelt.  

 

Verder staat in de Algemene Voorwaarden (zoals deze in juli 2019 op de website van het gastouderbureau te vinden waren. In het document staat niet aangegeven om welke versie het gaat. Iets dat niet handig is van het gastouderbureau.) van het gastouderbureau: “Storting van het bedrag dat de ouder aan de gastouder verschuldigd is via gastouderbureau, is juridisch beschouwd een betaling aan de gastouder.” Het gastouderbureau schrijft hier dus zelf (!) dat het geld dat de ouder overmaakt voor de gastouder is.

 

In een van de eerdere GGD rapporten over dit gastouderbureau is te lezen dat het bureau met een stichting derdengelden werkt, om precies te zijn een Stichting Gastoudergelden. Dit zou moeten betekenen dat het geld dat ouders naar deze stichting overmaken, veilig is. Veilig in die zin dat het specifiek voor de gastouder bestemd is. Door met een stichting derdengelden te werken, zou het zo moeten zijn dat het gastouderbureau het eigen vermogen en het geld dat naar de gastouders moet, gescheiden houdt. 

 

In het meest recente GGD rapport staat dit: “De bestuurder erkent dat er problemen zijn met betalingen. Met name hoge personeelskosten zorgen voor problemen met de betalingen. De toezichthouder heeft hiervan declaraties gezien.” Hier wordt toch wel de suggestie gewekt dat geld dat voor gastouders bestemd was, is gebruikt voor eigen personeelskosten. Als dit klopt en als het gastouderbureau nog steeds met een stichting derdengelden werkt: Het kan toch niet waar zijn dat een gastouderbureau dat met een stichting derdengelden werkt, de eigen personeelskosten betaalt met geld dat ouders voor gastouders op de derdenrekening hebben gestort? Ook wanneer niet meer met een stichting derdengelden zou worden gewerkt, en het geld inderdaad voor personeelskosten gebruikt is, is het op zijn (aller)zachtst gezegd niet fraai om geld dat voor gastouders bestemd is te gebruiken voor eigen personeelskosten. 

 

Het betreffende gastouderbureau is in de afgelopen jaren meerdere keren van houder en bestuurder(s) gewisseld. Dit hoeft in principe geen probleem te zijn. Dit wil ook niet zeggen dat de wisseling(en) van houder en/of bestuurders hier dé oorzaak van de problemen is. Alleen bij het betreffende gastouderbureau lijkt dit de problemen niet minder te hebben gemaakt. Zo is in een GGD rapport van begin dit jaar te lezen dat een bestuurder aangeeft meer tijd nodig te hebben om tekortkomingen te herstellen. Hij is een paar maanden daarvoor aangetreden als bestuurder van het gastouderbureau en geeft, zo staat in het GGD rapport, zelf aan dat hij toen onvoldoende bekend was met de wettelijke eisen die gesteld worden aan een gastouderbureau en de lopende handhaving. Dit is uiteraard heel eerlijk, maar of het als bestuurder niet wat naïef is onvoldoende bekend te zijn met de wettelijke eisen en met het feit dat er toen al handhaving liep?

 

Als blijkt dat een gastouderbureau niet (meer) voldoet aan wettelijke eisen, waaronder de kassiersfunctie, kan het college van B en W, in principe nadat eerst andere maatregelen zijn genomen en sancties zijn opgelegd en die niet geholpen hebben, besluiten de beschikking met daarin toestemming tot exploitatie (van het gastouderbureau) in te trekken. Als dit gebeurt, zal een gastouderbureau ook worden verwijderd uit het LRK.  

 

 

© 2019 De Gastouderjurist.